Gambar halaman
PDF
ePub

com.

of door per

1798 en 1820 door de opvolgende regeeringen van ons merken dat de gilden in 1820, in weerwil van aanland ten opzichte der afgeschafte gilden en hun over- drang bij de Regeering tot hun herstel, bleven afgegebleven kassen vastgesteld is, te volgen, Kent nu schaft; dat toen, evenmin als in Mei of October 1798, eenigzins de aanleiding tot het gilden besluit van door het landsbestuur uit een gevoel van billijkheid, 1820, zooals wij het kortheidshalve willen noemen. gelijk ons later blijken zal, het beginsel van het FranHet zij ons thans vergund de bepalingen daarvan in sche decreet van 2 Maart 1791 is toegepast ; dat de het breede na te gaan.

Regeering in 1820 de Publicatie van 5 October 1798 In der considerans wordt door de Regeering de nog van kracht hield en het beheer van de kassen der noodzakelijkheid erkend om :

voormalige gilden op gelijken naar uitvoeriger voet 1o. door algemeene voorschriften de verevening der regelde dan bij die Publicatie geschied was ; dat uit overgebleven fondsen en verdere bizittingen van de de bepalingen van bedoeld Kon. Besluit lijkt de voortvoormalige gilden te bevorderen ;

durende erkenning van een zeker historisch gewoon20. de wijze te regelen waarop, na die verevening terecht der stedlijke besturen ten opzichte hunner inmet het zuiver overschot zal worden gehandeld; menging in al wat de gilden betreft; en eindelijk dat

3o. de renten dienstbaar te maken tot bevordering bij het Kon. Besluit van 1820 het insta :adhouden der en uitbreiding der weldadige doeleinden, waartoe de gilden-kassen bestendigd is, terwijl het sedost de Publigilden-fondsen pleegden te worden aangewend, name- catie van 5 October 1798 slechts provisioncel was. lijk tot:

Nu het besluit betreffende de gilden-kassen van a. ondersteuning van behoeftige beoefenaars van 1820 aan onze lezers bekend is, zullen wij trachten het beroepen en bedrijven.

door enkele opmerkingen en mededeelingen toe te b. betaling der kosten hunner begrafenis ;

lichten, c. uitreiking van reisgeld aan ambachtsgezllen. Vooreerst wijzen wij met een kort woord op de wet

Het besluit van 26 Juli 1820 beoogt dus liquidatie tigheid en verbindbaarheid van hat Kon. Besluit. der gilden-boedels, beheer van het batig saldo en voort- Noch uit de Staatsregeling van 1798, noch nit de durende bestemming der renter daaruit voortvloiende. Publicatie van 5 October van dat jaar, noch uit het

Binnen drie maanden (art. 1) na de dagteekening Kon. Besluit zelf van 26 Juli 1821 kan worden afgeleid van het besluit zullen de provisioneele commissarissen dat de goederen afkomstig van de afgeschafte gilden (hiermede worden kennelijk bedoeld, zij, die krachtens vervallen zouden zijn aan en het eigendom geworden de publicatie van 5 October 1798 door de municipali- van den Staat. Evenwel doen al die besslissingen van teiten zijn benoemd en die vervangen hebben de “ Bew- het Staatsgezag duidelijk zien dat die gildengoede" indvoerende Personen " der voormalige gilden) aan ren geenszins gerekend zijn het privaateigendom van het plaatselijk bestuur verantwoording doen van hun de overbleven individueele leden dier vernietigde gevoerd beheer. Deze zullen het geldelijk saldo en corporatien te zijn geworden. verder alles wat zij onder zich hebben van het voor- Die bezittingen, geplaatst onder beheer van malig gild “ter dispositie stellen van het plaatselijk missarissen gekozen uit de geuezen gildenleden, door “ bestuur.”

de gemeentebesturen aangesteld, zijn aan de beschikVolgens art. 2 moet het gemeentebestuur door de- king der leden dezer vervallen corporatiën onttrokzelfde gewezene administrateuren ”

ken. sonen genomen zooveel eenigzins mogelijk uit hen die Bij zijn voordracht tot het besluit van 26 Juli 1820 een gelijk beroep uitoefenen, als waartoe het gewezen werd de Minister var Binnenlandsche zaken kennelijk gild betrekking had, eene verevening laten tot stand geleid door een gevoel van billijkheid om niet vol. brengen. Het gemeentebestuur wordt verder gemach- gens het strengst beginsel te handelen. tigd de goederen en bezittingen, “ welker conservatie Derhalve heeft de Regeering toen evenmin als in “ min voodeelig of voegzaam voorkomt," publiek te 1798 gebruik willen maken van hare bevoegdheid om doen verkoopen en voor de opbrengst daarvan inschrij- de gildengoederen te beschouwen als bona vocantia en vingen in het Grootboek der Nat. Werk. Schuld aan ze tot publiek domein te verklaren. Maar na de verete schaffen.

vening der boedels van de voormalige Gilden wensche Alles wat er na de liquidatie zuiver overblijft, zal, het Gouvernement de jaarlijksche inkomsten daarvan te naar de bepaling van art. 3, na behoorijke inventarisa- doen strekken tot hetzelfde doel waarmede zij gedeeltie “ onder het duurzaam beheer der bij art. 2 vermelde telijk waren samengebracht en vooral na 1798 besteed.

gecommitteerden overgaan.”. Van dien opgemaak- Dat de Regeering door deze regeling onwettig heeft ten inventaris moet een dubbel ter plaatselijke secre- gehandeld, gelooven wij niet. tarie worden gedeponeerd. Verder zullen de commis. De gildenfondsen zijn wel onttrokken aan de beschik. sarissen, luidens art. 4, de gelden welke zij jaarlijks king der leden, maar immers niet aan hun beheer ; en, beschikbaar krijgen nit “ de onder hen gekomen effec- wat hier hoofdzaak is, die gelden hebben de bestem“ ten of agdere bezittingen” doen verstrekken, onder ming hehouden, waartoe zij bijeengebracht waren. toezicht van het plaatselijk bestuur, tot onderstand: Waarom, zoo vragen wij, hebben, wanneer de Regeer

1o. van hulpbehoevende gewezen leden van het voor- ing werkelijk toen hare bevoegdheid te buitenging, malige gild;

alle belanghebbenden in na 1820 zich gevoegd 2°. van weduwen of weezen van die leden;

naar de bepalingen van het Kon. Besluit van 26 Juli 3o. van hulpbehoevende beoefenaars van hetzelfde van dat jaar? Voor zoover wij toch konden nagaan, beroep in dezelfde stad, waar het voormalig

gild

hebben alleen de leden van vroegere gilden in ééne gebestond, ofschoon geene leden geweest zijnde ;

meente zich tegen de naleving van die bepalingen 4o. van de weduwen en kinderen der beoefenaars sub

verzet. 3 vermeld; en

Evenwel volgden ook zij het voorbeeld in de overige 50. indien alle personen sub 1 tot en met 5 bedoeld

steden gegeven. Uit het oogpunt der Regeering van ontbreken, zullen de gelden strekken tot onderstand

1820, die uit billijkheid eene vervalling der bezittingen aan andere hulpbehoevenden binnen de gemeente in

aan 's Lands kas tegen de bedoeling der bijeenbrengst het algemeen.

hield, maar aan den Staat toch het recht toekende om

over de gildenkassen te beschikken, uit dat oogpunt Bij de artikelen 5 en 6 werd aan de toenmalige (het besluit van 1820 spreekt van de “tegenwoordige”),

beschouwd zijn de bepalingen van bedoeld Kon. Besbeyefenaars van één of meer bedrijven vrijheid ver

luit niet onwettig.

Evenzeer zou ook omtrent de verbindbaarheid van gund om door jaarlijksche of andere vrijwillige bijdragen mede te werken tot " daarstelling, in standhoud.

dit Kon. Besluit twijfel kunnen rijzen. ing of verdere uitbreiding” van fondsen, om daar- De Procureur-Generaal bij den Hoogen Raad noemde uit bij ziekte enz ondersteuning te bezorgen aan hen het immers in 1863 “ een niet gepubliceerd Kon. Beszelf of de hunnen. Deze bijdragen zullen door bij- luit,”l omdat het noch in het Staatsblaad, noch in zondere commissarissen geadministreerd worden onder het bijvoegsel daarvan, noch in de Staass-courant is toezicht van het plaatselijk bestuur.

opgenomen. Alleen is dit Kon. Besluit, na bij circu. De commissarissen eindelijk, benoemd ingevolge

laire van den Minister van Binnenlandsche zaken van art. 2, zign, zooals art. 7 voorschrijft, op vast te stel.

15 Augustus 1820, B. 2167 No. 8, in afschrift medegelen tijden gehouden verantwoording van hun beheer

deeld te zijn aan de Gedeputeerde Staten der Noorte doen aan het gemeentebestuur. Nemen zij hun

delijke Provincien, die daarbij tevens uitgenoodigd ontslag of komen zij te overlijden dan zal het bestuur waren voor de uitvoering zorg te dragen, opgenoinen

1820 van Gelderland, andere

in het Provinciale blad
benoemen
personen

steeds uit de beoefenaars
van (hetzelfde) beroep of bedrijf, zooveel immers Noord-Holland, Friesland en Overrijssel.
mogelijk.”

De Regeering schijnt in 1820 het Kon. Besluit be. Omtrent de medegedeelde beweegredenen, welke

treffende de liquidatie der gilden-kassen niet gerekend leidden tot het Kon. Besluit van 26 Juli 1820, en uit den daarvan getrouw weergegeven inhoud, valt op te

1 Regtsgeleerd Bijblad 1864, b), 180.

en

van

66

te hebben tot de zoodanigen waarvan de publiek- Noch de Publicatie van 5 October 1798 noch’s Konings “ making noodig of nuttig” werd geoordeeld.' Besluit van 26 Juli 1820 hadden de strekking om de

Intusschen waren er vroeger van meening dat Kon voormalige gildengoederen te beschouwen als aan de Besluiten, al zijir zij niet in bet Staatsblad opgenomen, stedelijke kassen vervallen te zijn. Men heeft alleen de ingezeten toch verbinden, zoo zij maar op welke bedoeld op eene behoorlijke wijze in de geregelde Adwijze dan ook tot hunne kennis zijn gebracht.

ministratie dier goederen en in hun aandwending tot nutMen nam dus aan dat het Avis du Conseil d'Etat van tige einden te voorzien. 25 Prairial an XIII. (14 June 1805), hetwelk voor ons Men zou kunnen beweren dat uit het bevel, in Art. 1 land is executoir verklaard, althans wat de wijze van van het Kon. Besluit van 26 Juli 1820, gegeven, om het afkondiging betreft, door het Souver. Besluit van geldelijk saldo met alle bezittingen en eigendommen 18 Dec. 1813 niet stilzwijgend is afgeschaft. De Hooge van het voormalig gilde te stellen ter dispositie van het Raad heeft, niettegenstaande de opmerking van den stedelijke bestuur, volgt dat met dit ter dispositie stellen Procureur-Generaal, bij zijn arrest van 20 Nov. 1863 de implicite is bedoeld eene overdracht. Hiertegen is in verbindende kracht van het Kon. Besluit van 26 Juli te brengen dat bedoeld Kon. Besluit niet spreekt van 1820, No. 74 wel aangenomen.

afgifte of overbrenging, maar dat het alles slechts stelt ter Het komt ons voor dat in verband met arresten van dispositie van het stedelijk bestuur, welke dispositie den Hoogen Raad de verbindbaarheid voldoende is zich volgens Art. 2 van dat Besluit niet verder uitstrekt verzekerd van een Kon. Besluit dat in de Provinciale dan het beheer der gildengoederen aan dezelfde perso. Bladen is geplubliceerd."

nen, die het reeds hadden, te laten. Misschien zijn er die het onderwerp in deze bladzijden Aan de gemeentebesturen is alleen opgedragen: behandeld wel om de historische belangrijkheid hun 1o. Rekening en verantwoording te vorderen van de aandacht waardig keuren, maar overigens het spreken commissarissen, die het heeft benoemd tot het houden in deze dagen over die oude gilden-kassen van geen van beheer over de gildengoederen ; actueel belang, noch praktisch nut achten. Het tegen- 2o. Bij ontslag of overlijden van commissarissen, andeel zou hun door eene breedvoerige bespreking van deren in hun plaats te nemen, steeds uit de beoefenaars menig praktisch punt, waartoe het bestaan en beheer van het beroep of bedrijf, zooveel immers mogelijk der gilden-fondsen aanleiding geven, bewezen kunnen (Art. 7). worden. Wij zullen er ons echter tot slechts één bepa- Mocht men,-hoewel toegevende dat de stedelijke len, namelijk de onbevoegheid der gemeentebesturen besturen geen argumenten uit de bepalingen van het om over gilden-kassen ten bate der gemeente te beschik- Kon. Besluit van 1820 kunnen putten welke pleiten ten ken. Tot handhaving van het Kon. Besluit van 26 Julij gunste van overdracht der fondsen en bezittingen van 1820 bestond en bestaat er nog aanleiding genoeg voor de voormalige gilden in eigendom der gemeente,--mocht de Regering. Men zal dit, zonder meer opheldering, men beweren dat toch de jaarlijksche revenuen uit die begrijpen wanneer men, misschien met verwondering, fondsen mogen gebruikt worden tot stijving der gemeen. verneemt dat in dertig gemeenten van ons land tot tekas, dan achten wij deze bewering geheel in strijd heden nog omstreeks honderd en tachtig kassen van met Art. 4' van vermeld Kon. Besluit. Zeer juist werd voormalige gilden zich bevinden en dat ten name van daaromtrent in 1820 tijdens de uitvaardiging van meerbedoelde fondsen, welke beheerd worden naar de voor- gemeld Kon. Besluit opgemerkt, dat de “ toewijzing schriften van meergemeld Kon. Besluit van 1820, alleen “ der voorhanden zijnde gelden enz, aan de Stedelijke in het Grootboek der 2. per c. voor een bedrag van kassen respectivelijk, of wel aan de algemeene armenruim drie millioen is ingeschreven.

kassen van iedere gemeente respectivelijk, zoude Gaan wij nu over tot het punt dat wij het laatst “ tegen het wezenlijk doel der bijeenbrengst inloopen ; wenschen te behandelen.

“ noch hevoordeeling der geheele gemeente noch onderUit hetgeen hier te voren gezegd is, weten wij dat in steuning der behoeftigen van alle klassen is de inden feodalen tijd de gilden de kracht der steden zijn “ tentie der bijeenbrenging der gildenkassen geweest.” geweest. Toen waren hun dekens en hoofdlieden do Wel is een enkel maal na 1820 bij Kon. Besluit aan vroede mannen die óf het stadsbestuur in handen hadden een gemeentebestuur de vergunning verleend om uit de óf daarop grooten invloed uitoefenden. Allengs werden jaarlijksche opbrengsten of wel van de kapitalen op het die gilden de kiescollegiën der vroedschappen. Later Grootboek, ten name der voor

ormalige ineengesmolten is uit de leden dier ambachts-gilden waarschijnlijk gilden-kassen van die gemeente ingeschreven, gelden menig regenten-geslacht voortgekomen dat naar het renteloos tegen jaarlijksche aflossing te leenen. Zeldkarakter van zijn oorsprong het voorbeeld van uitsluit- zaam echter en onder bijzondere omstandigheden is dit ing volgde. Men herinnere zich hier de beruchte con- geschied. tracten van correspondentie. Eindelijk zien wij de Maar terecht is aan deze onregelmatigheid door eene gilden, van hun politieken invloed ontdaan, eenvoudig opvolgende Regeering een einde gemaakt uit overwegvereenigingen van handels- en ambachtslieden blijven, ing: dat de plaatselijke besturen over die gildenfondsen welke onder strenge voogdij der Heeren Regenten ston. zouden beschikken ter voorziening in gemeentelijke den. Het maken of veranderen der Gildewetten was bij uitgaven, ware met het Kon. Besluit van 26 Juli 1820, ons, zegt Tijdeman, aan de plaatselijke overheid voor- No. 74, in geenendeele overeen te brengen. Die opvatbehouden ; aan welke trouwens bij ons de geheele op- ting is naar ons inzicht volkomen juist en sluit zich aan richting van nieuwe Gilden of de splitsing van takken bij de uitlegging door den Hoogen Raad aan het Kou. van oude tot bijzondere nieuwe Gilden stond. Meer Besluit van 1820 gegeven bij zijn arrest van 20 Nov. uitweiding over het historisch verloop der gilden is hier 1863. Daarin werd o. a. aangenomen dat het gemeenteniet op hare plaats. Maar het voorgaande was noodig bestuur en nog veel meer het dagelijksch bestuur eener om ons te verklaren waarom het Staatsgezag in 1798 gemeente, onbevoegd zijn om, in strijd met de bepalingen provisioneel en in 1820 voortdurend het toezigt over het van het Kon. Besluit van 26 Juli 1820, No. 74, betrek. beheer der fondsen en van de overige bezittingen der kelijk de vereffening der overgebleven fondsen van de vervallen gilden gelaten heeft aan de stedelijke besturen. voormalige gilden, het onder toezigt van het plaatselijk

In karakteristieke regententaal schreef in 1814 een bur- bestuur aan bijzondere commissarissen opgedragen duurgemeester van een der groote steden: “ De Gilden, wier zaam beheer dier fondsen op te heffen.

ontbinding te wijten is aan de losbandige denkwijze Na al het voorgaande meenen wij te mogen besluiten “ in den tijd van 1795 tot 1798, stonden onder de Super- dat, volgens de bepalingen van het besproken Kon. intendentie van het Stadsbestuur."

Besluit, de stedelijke besturen geen recht van beschikDie “Surveillance van de Plaatselijke Autoriteit” is king ten bate der gemeente hehben of over de renten of zoo gebleven tot aan 1820. De rol van “toeverzigt over de kapitalen of over andere of verdere bezittingen houden aan de municipaliteiten in 1798 gelaten, heeft afkomstig van de voormalige ambachts-gilden. voortgeduurd onder de surveillance tusschen 1798 en Mochten in of na 1820 sommige losse goederen, als 1820, en is aan de plaatselijke besturen toebedeeld geb. bekers, schilderijen en andere voorwerpen tot de in 1798 leven bij het Kon. Besluit van 26 Juli van dat laatste afgeschafte gilden behoord hebbende, niet verkocht zijn jaar. Daarbij is evenwel, evenmin als vroeger, niets omdat het Kon. Besluit van 26 Juli 1820, No. 74, dit in van noch eenige beschikking over de eigendommen der Art. 2 facultatief heeft gelaten, zoo kan toch nimmer gewezen gilden ten bate der stedelijke kassen afgestaan. eenig stedelijk bestuur zoodanige voorwerpen als eigen

dom der gemeente beschouwen noch veel minder ze ten

bate daarvan verkoopen. 1 Zie Besluit v. d. Souvereinen Vorst van 18 Dec. 1813 (Stbl. 1814,

C. TELDERS. No. 1).

's Gravenhage, Nov. '77. ? Het tegendeel wordt beweerd door Mr. Opzoomer (aant. Wet. houd. Algem. Bepal. bl. 10 en 11) en Mr. A. de Pinto (Themis van 1850, over af kondiging van Kon. Besluiten).

1 Zie hierboven den korten inhoud van het Kon. Besluit van 26 Juli 3 Zie Pasicrisie van Mrs. Van Oppen, I. bl. 91 en 92, in voce afkondiging

* Zie in Resol. v. Consideratie genomen onder den Raadpens. Johan de Witt bl 766. 3 Mr. I1 W. Tijdem. t. a. p. bl. 27.

1820.

sub uis 13 en 16.

SWITZERLAND.

MY LORD,

Berne, July 11th, 1881. I have lost no time in applying to the Federal Council for the information asked for in your Lordship's Despatch of the 8th instant relative to 'I'rade Guilds in Switzerland.

I have, &c. The Earl Granville, K.G.,

C. VIVIAN. &c. &c.

&c.

could be declared capable of setting up in business, and no concession was granted by the competent authoritios without their consent or rocommendation.

The Imperial Decree dated the 20th of December 1859 (Bulletin of Laws, Section 227) proclaimed complote ireedom of trade, and the right of exercising any craft; and since that time anybody who wishes to become a tradesman, can do so without having served a certain apprenticeship, and without having obtained the consent or the recommendation of the guild, by observing certain formalities in regard to the taxes to be paid by him.

This alteration caused a very important change in the connexion which formerly existed between the members of a Guild. The above mentioned Decree however explicitly provides that all persons of a town or of a district and of the same trade, must as previously form a union, which is no longer called an “Innung,” but a 'Genossenschaft," i.e. an Association of Tradesmen. It is also provided that the rules for such Association must be compiled from their old articles subject to the approval of the Government.

The principal objects of the present associations

MY LORD,

Berne, August 8th, 1881. With reference to your Lordship’s Despatch of the 8th ultimo, I have the honour to enclose herewith a translation of information which I have received from the Vice President, in answer to Mr. Vivian's application as reported to your Lordship in his Despatch of the 11th ultimo, relative to Trade Guilds in Switzerland.

I have, &c.

(Signed) FRANCIS CAREW. The Earl Granville, K.G.

&c. &c. &c.

are:

or

66

In the middle ages Trade Guilds existed in Switzerland, as elsewhere, and were then at the height of their development. In addition to their industrial character they had in Switzerland another very important signifi. cation, namely, a political signification. In point of fact many of these Corporations are still in existence in a considerable number of Swiss Towns, under the name of " Abbayes Zunfte,” but they have completely lost the influence which they once possessed. The part which they play now-a-days is unworthy of remark from a political, and even less so from an industrial point of view. The numerous privileges with which they were formerly endowed have lost their force and object in the liberty of commerce and industry which prevails universally at the present day. The position which a Corporation could still occupy at the present time does not differ from that of any private association. They have preserved, for the most part, their traditional constitutions, but these have no more than an historic value.

It is true that some of the old Corporations have been broken up, but no exact information can be furnished as to what has become of their property. Certain of them have bequeathed it to Schools, others have divided it among the various members of the Corporation, &c.

As regards the extent of the fortune of these Cor. porations it can only be stated that it was, as a general rule, pretty considerable, and that the majority of the Corporations which are still in existence are in possession also of very valuable property. (Signed) BAVIER,

Vice President

of the Swiss Confederation.

1. The establishment of an orderly connexion between the members of the Association and the persons attached to them, especially the apprentices and the assistants or servants.

2. The settlement of their disputes.

3. The establishment of institutions for the snpport of members and their subordinates in cases of distress, sickness, &c.

4. The establishment of special schools and surveillance of the same.

5. The submitting of reports and opinions which according to circumstances may be asked for by Government authorities or by the Chambers of Commerce.

6. The co-operation in all administrative measures which may be unanimously desired by the members of the association. Some of the former existing Innungen

were possessed of property, but however of not any very great extent. Some of them were possessed of houses purchased for the use of the Guild. In these houses the members of the Guilds used to meet in order to pass resolutions in matters connected with the interests of their trade ; also tradesmen wishing to engage apprentices or journeymen, or apprentices and journeymen seeking employment used to meet there.

The above-mentioned Imperial Decree provides in Art. 130 that in the case of any Innang” boing possessed of property, it should be sold, and all pending liabilities should first be discharged, and the balanco, should any remain, is to pass over to the newly constituted Association. In the event that any of the members of the old “ Innung” should be entitled to claim the whole or part of the property for their own benefit, such claims are to remain in force, so long as the members thus entitled exist.

In the event of an Innung being completely dissolved, and no new Association arising therefrom, any property that may have belonged to the Guild passes into the hands of the municipality or community of the place, where the “ Iunung was established. Vienna,

July 16, 1881.

AUSTRIA.

MY LORD,

Vienna, July 17, 1881. I REQUESTED Dr. Winniwarter, the legal adviser of Her Majesty's Embassy, to furnish me with the information called for by your Lordship’s Despatch of the 8th instant upon the Trade Guilds of Austria, and I have now the honour to enclose a copy of the report of that gentleman upon the subject.

I have, &c.

(Signed) HENRY ELLIOT. The Earl Granvillo, K.G.

&c. &c. &c.

ITALY.

Trade Guilds in Austria. The old system of Trade Guilds which previously existed in Austria was abolished in the year 1859.

Before that year the Guilds which were then called 'Innungen were numerous, and exercised great. influence over the welfare of their members. No apprentices could be engaged for any particular trade without the formal consent of the Guild, no journeyman

M, LORD,

Rome, September 15, 1881. With reference to your Lordship’s Despatch of the 8th of July last, I have the honour to enclose herewith a Memorandum, drawn up by Mr. Portal, on Trade Guilds and Corporations in Italy, in compliance with the request of the City of London Livery Companies Commission.

I have, &c.

(Signed) H. G. MAC DONELL, The Right Honourable

Earl Granville, K.G.
&c. &c. &c.

[ocr errors]
[ocr errors]

throwing an impediment in the way of freedom of TRADE GUILDS AND CORPORATIONS IN ITALY.

labour and of trade.

(Signed) G. H. PORTAL. When sound economical doctrines first began to ob

British Embassy, Rome, tain recognition in the civilized world, and even before

September 15th, 1881. the French school of political economists exerted hemselves to bring about the application of the principles of true liberty and suppression of every fictitious re

Sessione Parliamentare del 1863. striction to manufactures and to industries,—these very

Senato del Regno. doctrines, established by the influence of divers great economical authorities and learned financiers, received Relazione dell' Ufficio Centrale, composto dei senatheir confirmation from the actual legislation of several tori Pinelli, Cibrario, Casati, Martinengo e Arrivabene, of the States among which the Italian Peninsula was

sul progetto di legge per l'abolizione delle corporathen divided.

zioni privilegiate di arti e mestieri. The laws on this subject promulgated in Tuscany about the middle of the last century are especially Signori Senatori. worthy of notice.

LE istituzioni di qualsiasi specie sono il reflesso At the time of the formation of the kingdom in 1860, delle condizioni dei tempi in cui nascono; hanno esse the ancient form of privileges, which had been acquired quindi ragione di essere e vanno allora rispettate. Il during the Middle Ages by different branches of in- male sta nel volerle conservare quando hanno cessato dustry, had, for the most part, long since disappeared. di essere tali, quando sono in opposizione alle idee ed

Traces however of such privileges were still to be ai bisogni dominanti. found under the guise of WORKMAN'S CORPORATIONS, L'idea che regna ora presso le nazioni più avan. which in the most important commercial centres re- zate in civiltà è quella della libertà in tutto, in politained, by the occupation of certain determinate sites tica, in istruzione e sopratutto in commercio. Come and places, the monopoly of some particular branch of conservare adunque le corporazioni di arti e mestieri commerce. Other Corporations, again, without op- che sono un monopolio, un privilegio, il contrario inposing a positive bar to liberty of trade, still retained somma della libertà ? certain privileges more or less derogatory to public Ci piace osservare che prima ancora che il Piemonte common right.

fosse retto a ordine costituzionale il Re Carlo Alberto With a view to cutting away all these relics of by-gone colla patente 14 agosto 1844 soppresse nelle vecchie legislation, and in order solemnly to proclaim the initia- provincie le corporazioni e associazioni di operai, pretion of perfect liberty of commerce, while providing ludendo cosi a quelle maggiori larghezze le quali for the liquidation of the still existing corporations, a diedero poscia tanto lustro e tanta prosperità al Regno Law was passed, on the 29th of May 1864, the first article Subalpino, e furono la solida base sovra cui venne of which was to the effect that “ all universities, com- fondata la rigenerazione d'Italia.

panies, unions, guilds, associations, workman's com- Ma in Genova rimasero in vita ogni sorta di simili panies, and other similar privileged industrial cor- corporazioni: calafati, maestria d'ascia, zavorrai, barporations, existing in the kingdom of Italy under caiuoli di porti, facchini dei ponti e degli scali ecc., any denomination whatsoever, are abolished, and all con regolamenti, privilegi e tariffe che creano regulations, statutes, ordinances, and dispositions monopolio utile ad esse, ma oneroso al commercio, e relating to them shall cease to be in force."

che allontanano dal porto di Genova navi che altri. The succeeding articles provide for the liquidation of

menti vi approderebbero. the property of the corporations, Article II. being to Nella Sardegna pure esistono associazioni di simil the effect that “the possessions of the abolished cor- genere: gremii, sant-Elmari ed altre, con privilegi “porations or associations

shall be disposed infesti al commercio marittimo. E nelle altre pro“ of according to the terms of their respective regula- vincie italiane, in Lombardia per esempio, nel Par“ tions or statutes; failing which, procedure will be migiano, nella Toscana, rimangono tuttora vestigio di “ taken in accordance with the Laws of Common simili viete istituzioni. Right.”

Non abbiamo creduto opportuno di qui riprodurre Articles 3 and 5 are especially noticeable, the former le particolarità che distinguono tutte queste istitugiving power to municipalities to frame regulations for zioni, trovandosi esse largamente tracciate nel prea few specified branches of labour, while the latter ambolo ministeriale posto in fronte al progetto di makes adherence to certain institutions of “mutual legge che il Senato è ora chiamato a discutere. “ assistance” obligatory on some classes of workmen. Egli è indubitato che la guistiza, e l'interesse

The effect, however, of these two Articles, by inexact pubblico domandano la libertà del lavoro. Ovunque interpretation, or through faulty wording, was to allow venne esse stabilito, se ne ebbero i più felici risultati. the reorganisation in a few places, in a different shape, Crebbe la ricchezza pubblica, vennero creati nuovi of several of the very corporations which the Law was capitali, e siccome i capitali sono la sorgente a cui intended to abolish-such as those of boatmen, caulkers, attinge il lavoro, dopo qualche breve sofferenza, inand carpenters, which under the new name of “Mutual evitabile in tutti i passaggi da un ordine d'istituzione “ Assistance Societies” (societá di mutuo soccorso), im- ad un altro, gli operai trovarono migliorata la conposed such conditions on the admission of members, as to dizione loro. transform the exercise of these crafts into a privilege to Ma quanto più antiche sono le istituzioni che si be enjoyed only by a few.

vogliono sopprimere, quanto maggiori i vantaggi che It became therefore necessary to amend the Law of ne traggono gli individui, i quali ne fanno parte, the 29th May 1864, so as to exclude every possibility of tanto maggiori sono gli ostacoli da vincere, tanto più its abuse or evasion.

viva, più ostiuata la resistenza. L' Ufficio Centrale With this object two other Laws have been passed, può nasconderoi che questo progetto di legge ha sparso (1) that on the 7th of July 1878, No. 4439, and (2) dell'allarme negli individui componenti le corporaof the 23rd March 1879, No. 1818.

zioni; questo allarme è manifestato, sia in una petiCopies of each of the above-mentioned laws are here- zione inoltrata al Senato dalla compagnia dei facchini with enclosed, accompanied by the Ministerial ex- carovana del porto franco di Genova, sia in altra della position presented to the Chambers in 1863, setting compagnia dei piloti da grano in Genova, sia in altra forth the objects of the laws, and the reasons which, in ancora dei Capi consoli dei facchini degli scali al mare the opinion of the Government, rendered their pro. in Genova. Queste petizioni sono stese nei termini mulgation necessary.

più convenienti, ma vengono allegati in esse diritti It will be seen therefore that some of the ancient che tali a noi non sembrano, preconizzate rovine de corporations still continue to exist, but in the trans- intere famiglie, ciò che a noi pare una grande esageformed shape of “ Societies of Mutual Assistance." razione; come se appena soppresse le corporazioni avesse These, however, enjoy no special privileges, nor can à cessare il bisogno del lavoro. they place restrictions of any kind whatever on labour, Il vostro Ufficio Centrale è unanimemente di avviso and can perhaps scarcely be considered as corporations che la soppressione delle corporazioni è una necessità strictly speaking, but rather as truly meriting their dei tempi, un passo di più verso quella libertà vera titie of Societies of Mutual Assistance,” for the pro- che è la meta alla quale noi tutti aspiriamo, passe motion of particular branches of industry.

che non già danno, ma arrecherà bensì vantaggio alla In other words, they are associations established by società, non esclusi gil operai.

Esso vi propone law, to which the King's Government allows, in some quindi l'adozione del progetto di legge. Non potera cases, a certain amount of self-government, but in such però disconoscere che tale legge si aggira sopra macases their statntes must be approved by the Govern- terie di delicata natura; tocca ad interessi risguarment of the country. In a word, there no longer re- danti migliaia di persone, per la maggior parte ignare mains in Italy any power or asssociation capable of delle leggi economiche che regolano la società, persone usate a considerare diritto ciò che in realtà altro non è che un privilegio. Prima quindi che le sopraccennate petizioni gli cadessero sott'occhino, il vostro Ufficio Centrale, non ignorando come in pratica i principii assoluti facciano d'ordinario mala prova, temperava la disposizione dell'articolo 1 stabiliendo che la legge invece del 31 dicembre 1863 non andasse in vigore che il 31 dicembre 1864 ; ammetteva le misure di umanità e di previdenza scritte negli articoli 2 e 4; e con un nuovo articolo, portante il numero 7, stabiliva che in ogni caso fosse assicurato il consorso del Governo alla prestazione dei sussidii che le corporazioni accordano agli infermi,i alle vedove, agli orfan, ai vecchi.

L'articolo 4 del progetto ministeriale concernente gli aspiranti alla professione di piloto pratico venne soppresso come estraneo al progetto. Signori Senatori,

SEMBRA all' Ufficio Centrale che il progetto di legge, quale vi è da esso presentato, soddisfi ad una necessità evidente, facendo però dritto ai fondati reclami, e meriti quindi la vostra approvazione; disposto però esso ad accettare quei miglioramenti che il Senato fosse per introdurvi. Addi 2 luglio 1863.

ARRIVABENE,

, relatore.

cesseranno

Progetto del Ministero.

Progetto lell Vificio Centrale.
ART. 1.

ART. 1. Al termine del corrente anno 1863 tutte le uni- Al termine del 1864 tutte le università, compagnie, versità, compagnie, carovane, unioni, gremii, associa- carovane, unioni, gremii, associazioni, maestranze e zioni, maestranze e simili altre corporazioni industriali simili altre corporazioni industriali privilegiate di privilegiate di operai, artefici e lavoratori tuttavia operai d'ogni sorta, esistenti nel regno d'Italia sotto esistenti nel regno d'Italia sotto qualsiasi denomi. qualsiasi denominazione, sono abolite, e nazione saranno abolite, e cesseranno con ciò di essere d' essere in vigore i regolamenti, statuti, ordinanze e in vigore i regolamenti, statuti ministeriali, ordinanze, disposizioni che le riguardano. memoriali a capo, decreti e tariffe che le riguardano. ART. 2.

ART. 2. Gli averi delle corporazioni abolite, detratti i pesi, Gli averi delle corporazioni abolite, detratti i pesi, si devolveranno a chi di diritto a termini dei rispettivi si devolveranno a chi di diritto a termini dei rispettivi statuti e regolamenti; in mancanza di speciale dis- statuti e regolamenti; in mancanza di speciale disposizione, verranno divisi per parti ugnali fra i membri posizione il Governo li destinerà ad istituzioni di beneattuali della corporazione.

ficenza per operai già aggregati alle corporazioni Le dotazioni governative ritorneranno allo Stato; il abolite, per le loro vedove e figli, o in sussidii a pro Governo del Re ne destinerà parte ad incoraggiamento di operai vecchi o resi inabili al lavoro. di istituzioni di mutuo soccorso per operai già aggregati alle corporazioni abolite colla presente legge, e potrà erogarne il rimanente in sussidi a pro di operai vecchi o resi inabili al lavoro, delle vedove o dei figli degli operai come sopra. ART. 3.

ART. 3. Per quanto concerne il lavoro ne' porti, ponti e

Per quanto concerne il lavoro ne' porti, ponti e calate, potrà il Governo, sentiti i municipii, stabi. calate potrà il Governo, sentiti i Municipii, stabilire lire regolamenti contenenti unicamente disposizioni regolamenti de sicurezza pubblica e di disciplina, e d' ordine, sicurezza pubblica e disciplina e condizioni

condizioni di età e di morilità, senza limitazione del di età e di moralità, senza che in alcun caso possa pre

numero degli esercenti, senza divieto ai capitani di scriversi limitazione al numero degli esercenti o divieto

valersi dell'opera dei loro equipaggi. ai privati, commercianti o capitani di valersi dell' Una tariffa approvata dal Governo potrà fissare il opera dei loro equipaggi o di altra persona di loro

massimo della mercede. confidenza nell'esercizio di qualsiasi lavoro.

Ravvisandosi necessaria anche una tariffa di mercedi, questa non potrà considerarsi che come un maximum delle pretese, liberi sempre restando tutti gli accordi di mercede fra chi richiede e chi presta lavoro.

Art. 4 del progetto del Ministero soppresso.

ART. 4. Gli aspiranti all'esercizo della professione di piloto pratico dovranno subire un esame di capacità nel modo che verrà prescritto da un regolamento.

ART. 5. Il servizio dei facchini nelle dogane e nei portofranchi sarà retto da speciali regolamenti, nei quali potranno stabilirsi disposizioni d'ordine, sicurezza pub. blica e disciplina per quanto concerne il lavoro, e prescriversi particolari condizioni d' età e moralità ed anche di responsabilità per l' ammessione di facchini nella dogana o portofranco.

Detti regolamenti saranno proposti a cura dell' amministrazione della dogana o portofranco, e teranno apposite tariffe in conformità di quanto è disposto dall'art. 3.

I facchini ammessi nelle dogane o portifranchi saranno tenuti a contribuire alle casse di mutuo soccorso che trovinsi istituite o s'istituiscano a vantaggio degli operai ammessi al lavoro nella dogana o porto. franco.

ART. 4. Il servizio dei facchini nelle Dogane e nei Portifranchi è parimenti soggetto a' regolamenti, tanto per ciò che riguarda la sicurezza pubblica e la disciplina, quanto per ciò che concerne i requisiti di ammessione alle Dogane o ai Porto-franchi.

Similmente una tariffa potrà fissare il massimo della loro mercede.

I facchini, ammessi nelle Dogane o nei Portifranchi, saranno tenuti a contribuire in quelle istituzioni di mutuo soccorso, o esistenti, o che verrano fondate.

con

ART. 6.

ART. 5. Per le contravvenzioni alle disposizioni contenute Per le contravvenzioni ai regolamenti potrà comnei regolamenti di che sopra potrà comminarsi un' minarsi un' ammenda da L 2 a 50, o la pena degli ammenda da lire due a cinquanta, ed anche la pena arresti da uno a cinque giorni. degli arresti da uno a cinque giorni.

Nel caso di recidiva potrà comminarsi la pena della Nel caso

recidiva per infrazioni della medesima sospensione dall'esercizio della professione per uu specie potrà comminarsi la pena della sospensione termine da giorni quindici a tre mesi.

« SebelumnyaLanjutkan »